Met zat boeken op de plank, de ene nog ongelezen, de ander al diverse keren verslindt, pakte ik laatst een oude Loesje van de plank: aan het strand is iedereen directeur, uit 2011.

Een voorbeeld waarom ik wel fan ben van Loesje 😉

Dit verhaaltje vind ik ook wel treffend. Ik ben benieuwd of dit wordt herkend. 

“Van alle rare en gekke gesprekken die je gaat voeren in je leven is het sollicitatiegesprek misschien wel een van de raarste. Want je wilt een baan, en dan moet je diegene die beslist of je die baan krijgt, gaan overtuigen dat je leuk, geschikt of gediplomeerd genoeg bent voor die baan. Waarom moeten ze jou niet overtuigen dat die baan leuk en geschikt genoeg is voor jou?

Het is altijd in zo’n gek kantoor, misschien met één suffe plant en een bakje koffie als je gelukt hebt. Mij hebben ze nooit echt weten te overtuigen dat ik daar graag wil werken. Dan heb ik er natuurlijk minder zin in, dus mag die baan net zo goed naar iemand anders. Dan speel ik wel viool voor m’n geld.” 



Twee kanten

Sinds 2011 zijn er hopelijk nog maar heel weinig kantoren met maar 1 suffe plant. Maar de boodschap is vooral dat er ook een andere kant zit aan een sollicitatiegesprek. Natuurlijk, wanneer er brood op de plank moet komen en er is een noodzaak dan heeft het voor jou een andere lading dan wanneer je een gesprek aan gaat met een ‘ik-heb-niets-te-verliezen’ houding. 

Wanneer je solliciteert en je op gesprek mag, gaan we er in ieder geval al vanuit dat jij je best doet om je van jouw goede kant te laten zien. Maar naast dat jij een goede indruk aflevert, wil jij ook een goede indruk van hen krijgen. Dat het van beide kanten een daadwerkelijke win-win situatie is, naast de contractuele afspraak dat jij je ding doet en de werkgever jou daarvoor betaalt. Wanneer je solliciteert vanuit een baan en je hebt in die zin ‘niets te verliezen’ dan lukt dat vaak heel goed. Maar wanneer er een situatie van ‘moeten’ achter zit of je legt jezelf een druk op omdat dit voelt als je enige kans om in de organisatie ‘van je dromen’ te werken, voelt het anders. De neiging kan dan sneller zijn vooral de nadruk te leggen op de indruk die jij maakt, en voorbij gaat aan de indruk die zij op jou maken.



Wat vind jij?

Probeer toch in deze situaties ook stil te staan bij dit voorbeeld. Vraag jezelf af: wil ik hier wel werken? Is dit werk leuk genoeg voor mij? Welk type collega vind ik leuk? Wat spreek je aan in de omgeving waar je wilt werken? Voldoet deze organisatie hier aan? Waarom?

Door je hier op voor te bereiden en hier ook vragen over te stellen zorg je er tegelijk voor dat jij goed voorbereid het gesprek in gaat en ook laat zien wat jij belangrijk vindt en welke waarden jij hecht aan je werkomgeving. In vrijwel de meeste gevallen kan een werkgever dit alleen maar waarderen.