Dit wil ik voor deze week als laatste twee dingen nog even aanhalen.

Het gegeven dat je je functie verliest of gaat kwijtraken kun je langer van tevoren aan zien komen of het overvalt je op de korte termijn. Dat is natuurlijk volledig afhankelijk van de reden en de situatie. 

Het kan zijn dat je al langer in een situatie zit waarmee je de angst hebt gehad je functie te verliezen. Signalen die er rond gaan over reorganisatie of organisatieveranderingen, gesprekken die je daarover hebt met een leidinggevende, je eigen persoonlijke situatie, waarbij het steeds lastiger wordt je functie vol te houden, zo zijn er nog vele verschillende situaties te bedenken. 

Wanneer er van tevoren al verschillende signalen zijn kun je daar al flink last van hebben. Het kan ook zijn dat wanneer je dan eenmaal de definitieve boodschap te horen krijgt, of wanneer dit tot je doordringt het alsnog harder bij je binnenkomt dan je had verwacht. Tenslotte wist je het misschien al, of had je het aan kunnen zien komen.  

“Anticiperend verdriet” wordt het ook wel genoemd door Elisabeth Kubler Ross. Ze maakt hier wel degelijk een onderscheid in en ziet dit als een dubbel verdriet. ‘ Niet meer dan een pijnlijk voorspel op het proces waar je voor staat.’ 

‘Het betekent niet per se zo dat wanneer je iets ziet aankomen, misschien al langere tijd, het verdriet wanneer het moment DAAR is (feitelijk verlies van werk) je minder verdrietig maakt op dat moment zelf.’ 

In de komende lessen ga ik je nog veel meer vertellen over deze Elisabeth en vooral over haar mooie werk over het omgaan met verlies. 

Probeer intussen voor jezelf eens na te gaan of dit ook voor jou opgaat. Heb jij jouw situatie ook aan zien komen? Wat deed de uiteindelijke definitieve boodschap, of de definitieve factor die maakte dat het zover komt met jou? 

Voelt het anders? Komt het alsnog als donderslag bij heldere hemel? Voel je ook opluchting? 

Relaties 

Of je je werk nu ontzettend leuk vindt, je lust en je leven is of enkel een manier om een inkomen te verdienen: op het moment dat je je functie kwijt raakt of zult raken doet dat wat met je.

Een aspect wat maakt dat dit veel met je doet is dat je op het werk allerlei relaties aan gaat. 

Net als in andere opzichten in je leven. We gaan met elkaar constant relaties aan.  Dat begint al bij de geboorte (de hechting aan je ouders/opvoeders) Naar mate je ouder wordt, je naar school gaat, gaat werken, ga je steeds meer relaties aan met andere dan je direct familieleden of verzorgers. Je wereld vergroot. Vriendjes, vriendinnetjes, collega’s, docenten, leidinggevenden, stagebegeleiders. Je komt erg veel mensen tegen op je pad. De ene persoon blijft wat langer op je pad dan de ander. Net zoals dat de ene je altijd bij zal blijven en de ander niet.

Je zult zelf in je leven ook vast hebben ervaren dat mensen ook weer komen en gaan. Neem vriendschappen die stranden, relaties die uit gaan. De ene relatie was hechter en intenser dan de andere. 

Naast de relaties met personen, zoals ook je collega’s. Je kunt gehecht zijn aan collega’s en de mensen op je werk. 

Maar niet alleen met de mensen op je werk onderhoud je een relatie, of hecht je je aan contacten. Het is meer. Je kunt je hechten aan je werk. Of dat nu specifiek (bepaalde) collega’s zijn of je werkomgeving, je functie. Zonder dat je het door hebt kun je je bijvoorbeeld ook enorm hechten aan het feit dat jij dagelijks op de fiets naar je werk kunt gaan, of aan dat ene radioprogramma wat je op terugweg van je werk luistert waardoor je je gedachten even op “0” kunt zetten. Ook aan kleine dingen wat je misschien zonder je je heel goed te realiseren gehecht zijn wat maakt dat we verandering ook zo lastig kunnen ervaren.  

Als hier iets tussenkomt voelt dat ook als een breuk, een onthechting van iets waar je aan bent gehecht. Daar gaan we volgende week wat nader op in. Want dat dit wat met je doet is logisch.