Kan dat, jezelf gelukkiger denken?

Door Wendy

Via EdX volg ik een Massive Open Online Course (MOOC) van de universiteit van California, Berkeley: “The Science of Happiness”. De cursus bestaat uit 8 hoofdstukken of thema’s en op basis van ieder thema deel ik graag wat ik heb geleerd. Ik hoop van harte dat die kennis jullie ook VOORUIT helpt op weg naar meer inzicht en, natuurlijk, meer geluk. Dit is het zesde deel: Van welke denkgewoonten word je gelukkig en van welke niet?

 

Ons “flexibele” brein

Eerst ga ik nog even terug naar wat ook al bleek uit het vorige deel: hoe jouw hoofd werkt is geen vaststaand gegeven waar je het je leven lang mee moet doen. Met de term neuroplasticiteit wordt bedoeld dat de structuur van ons brein verandert onder invloed van onze ervaringen, gedachten en keuzes. Dit houdt dus ook in dat wij ons brein actief kunnen veranderen door onze aandacht heel bewust te richten en onze gedachten te sturen. Ik zeg niet dat het gemakkelijk is, maar met bewustzijn, zelfdiscipline en een lange adem kunnen we onszelf andere patronen, andere denkgewoonten aan leren. Ik vind dat persoonlijk heel erg hoopgevend en enthousiasmerend. Je kan jezelf gelukkiger denken!

 

Giftig

Voordat we het gaan hebben over gezonde denkgewoonten, is het handig om eerst in te gaan op wat ongezonde, of “toxic” (giftige) denkgewoonten zijn.

 

Perfectionisme – We zijn allemaal mens en we maken allemaal fouten. Daarbij kunnen niet allemaal in alles bovengemiddeld goed zijn, dat is wiskundig gezien onmogelijk. Perfectionisme gaat gepaard met spanning en stress. Ook is de teleurstelling vaak groot als je het perfecte resultaat niet haalt. Veel gezonder is het om stil te staan bij in welke mate je je inzet. Heb je oprecht je best gedaan?

 

Vergelijken met anderen – Het gras lijkt altijd groener bij de buren, maar eigenlijk weet je niet hoe het nu precies zit met dat gras. Misschien is het stiekem wel mos, of plastic. Los daarvan is het gewoon veel gezonder om je eigen leven te waarderen. Geniet van de dingen die in jouw leven aanwezig zijn. Stel dat iets je niet bevalt, probeer er iets aan te doen. Maar dan wel vanuit jou zelf, niet omdat je denkt dat een ander het beter heeft.

 

Materialisme – Het is al eerder genoemd in deze serie: we denken soms dat we blij worden van spullen, maar volgens onderzoek worden we veel blijer van ervaringen. Is het jouw motor waar je blij van wordt, of het gevoel van vrijheid terwijl je erop rijdt? We wennen heel snel aan nieuwe aankopen, maar ervaringen blijven ons bij.

“Maximaliseren” – Alle zomerfestivals grondig bestuderen en dan vervolgens naar minstens vijf van de mooiste gaan. Altijd bang zijn het leukste te missen. Herken je hier iets in? Dan ben je een “maximiser”. De kans is groot dat je daar niet gelukkiger van wordt. Maximisers hebben meer keuzestress en alsnog vaker spijt van aankopen of beslissingen. Zij zijn gemiddeld genomen minder tevreden met hun leven, hebben meer last van depressie en zijn minder optimistisch. Beter kun je een “satisfizer” zijn’; iemand die kan genieten van wat er al is, zijn keuzes weet te vereenvoudigen en die heel bewust 100% achter zijn eigen keuzes gaat staan.

 

 

Vrienden zijn met jezelf

Een heel belangrijke, gezonde denkgewoonte is zelfmedeleven. Zelfmedeleven houdt in dat je die erg strenge, harde innerlijke criticus het zwijgen oplegt en vervangt door een meer begripvolle, warme en ondersteunende stem. Het betekent dat je naar jezelf toe nét zo steunend, warm en begripvol bent, als dat je naar een vriend of vriendin zou zijn.

Door allerlei oude en nieuwere stromingen, van de Griekse en Romeinse denkers, tot Freud en het idee van “Survival of the Fittest”, hebben wij het idee gekregen dat hard zijn en afstraffen goed zijn om tot betere resultaten te komen. Dit klopt echter niet met bevindingen uit onderzoek. Harde, strenge kritiek (van een ander of van jezelf) leidt tot depressie, het ondermijnt je zelfvertrouwen en het zorgt ervoor dat je faalangst ontwikkelt en soms dingen gewoon maar niet meer probeert. Het is dus allerminst een goede motivator.

 

Zelfmedeleven is ten eerste zelfacceptatie. Vanuit die acceptatie kan je eventueel bepaalde zaken veranderen. Zelfmedeleven is ook vriendelijk zijn naar jezelf, je gedeelde menselijkheid met andere onderkennen en mindfull of bewust zijn. Wees naar jezelf net zo vriendelijk als naar je naasten. Realiseer je dat je niet alleen bent in het maken van fouten. En wees je bewust van wat er met je gebeurt, als er iets niet goed gaat; laat je niet kidnappen door je (te) negatieve emoties en gedachten.

Zelfmedeleven is niet hetzelfde als zelfmedelijden, toegeeflijk worden naar jezelf, kritiekloos zijn of smoesjes verzinnen. Vanuit acceptatie kijk je (opbouwend) kritisch naar jezelf en je probeert juist je best mogelijke zelf te zijn. Je slaat jezelf alleen niet genadeloos om de oren met alles wat er mis aan jou is en/of alles wat je verkeerd doet. Dat dient namelijk geen enkel doel, het breekt je alleen maar af.

In vergelijking met zelfachting, waarbij je jezelf beter voelt dan anderen, is zelfmedeleven veel stabieler en bestendiger. Wanneer er dingen mis gaan kan iemand met zelfmedeleven daar goed mee om gaan. Iemand met zelfachting ziet zijn zelfbeeld (tijdelijk) in duigen vallen en wordt boos op zichzelf en soms ook op anderen.

Zelfmedeleven is te oefenen en dat is zeker de moeite waard. Het wordt namelijk in verband gebracht met minder angsten en depressie, lagere stressniveaus, minder piekeren, grotere veerkracht, beter negatieve ervaringen verwerken en dus al met al met meer geluk.

 

Flow

Een andere goede gewoonte om aandacht aan te besteden is “Flow”. Heb je het weleens meegemaakt dat je zó volledig opging in een activiteit dat je volledig de tijd vergat? Dat is flow. Het wordt gedefinieerd als een “intrinsiek bevredigende of optimale staat die voortkomt uit intensieve betrokkenheid bij dagelijkse activiteiten”. Twee belangrijke factoren daarbij zijn, ten eerste, dat je je geprikkeld moet voelen; er moet enige uitdaging in zitten. En ten tweede moet het bij jouw vaardigheden passen. Als je je niet uitgedaagd voelt, ga je je vervelen. En als het je de pet te boven gaat ervaar je stress en onvermogen.

Ook dat idee van “intrinsiek bevredigend” is belangrijk bij flow. Als je een prestatie moet leveren, terwijl je niet geboeid bent, dan kan dit leiden tot nare zaken, zoals een burn out.

 

Eigen doelen

Een laatste gezonde denkgewoonte die de cursus hier behandelt is het stellen van doelen. Doelen stellen en er vervolgens actief naar toe werken, leiden tot geluk. Waarschijnlijk is dat zo doordat doelen stellen hoop geeft en ons het idee geeft dat we zinvol bezig zijn.

Van doelen waar niet alleen wij, maar ook anderen baat bij hebben worden we nog blijer. Ook worden we blijer van doelen die uit onszelf voortkomen, niet zozeer van doelen die door anderen of de maatschappij opgelegd worden.

Misvattingen

We hebben dus vastgesteld dat we ons brein kunnen trainen om gelukkiger te worden door onze aandacht te richten en onze gedachten bij te sturen. Als dat zo duidelijk is, hoe komt het dan dat hier nog maar weinig mensen mee bezig zijn?

  1. “Ik ben nu eenmaal wie ik ben”, dit is een veel voorkomende gedachte, maar hij klopt niet. Het is goed om jezelf te accepteren, maar dat wil niet zeggen dat je niet kunt veranderen. Het gaat niet vanzelf, maar je hoeft je niet neer te leggen bij patronen waar je last van hebt.
  2. Er wordt ook wel gedacht dat je brein trainen een soort hersenspoelen is en een beetje eng. Ook dit klopt niet; het zijn je eigen keuzes. Je bepaalt zelf waar je aan wilt werken en in welke mate.
  3. Als laatste zijn er mensen die vinden dat het “over-optimisme” bevordert. Er is een tendens merkbaar in de wereld die wel héél positief is: “Je hoeft het universum alleen maar te vertellen wat je wilt en het komt naar je toe”. Dit soort gedachtengoed heeft echter niets te maken met het idee dat je jouw brein kunt trainen en dat je daar gelukkiger door kunt worden. De ideeën die in deze cursus naar voren komen zijn grondig onderzocht en sluiten negatieve emoties en de minder leuke kanten van het leven niet buiten. Ook blijkt in deze cursus steeds weer dat het gebruik van het je verstand, je bewustzijn en je zelfdiscipline onontbeerlijk zijn.

 

Genoeg stof om over na te denken en mee aan de slag te gaan, denk ik! De volgende keer gaan we verder met nog een goede denkgewoonte: dankbaarheid. Daarna volgt het laatste deel waarin onder andere gekeken wordt naar hoe je zelf al deze kennis kunt toepassen.

 

Oefeningetje:

De zelfmedeleven brief

Schrijf een brief aan jezelf waarin je met compassie een fout of zwakte van jezelf beschrijft.

  • Denk aan hoe iemand die om jou geeft deze zwakte of fout van jou ziet;
  • Onthoudt dat niemand foutloos is;
  • Bedenk wat verzachtende omstandigheden of invloedrijke factoren zijn;
  • Bedenk ook wat je kan doen om het te veranderen of er beter mee om te leren gaan.

Leg vervolgens je brief een poosje weg, om hem later nog eens te lezen, bijvoorbeeld wanneer je tegen diezelfde zwakte of fout aan loopt. Probeer eens in de maand zo’n brief te schrijven (we hebben ten slotte allemaal meerdere zwaktes of foutjes?).

 

Pin It on Pinterest