Worden we gelukkig van ontvangen of toch van geven? 

Door Wendy

 

Via EdX volg ik een Massive Open Online Course (MOOC) van de universiteit van California, Berkeley: “The Science of Happiness”. De cursus bestaat uit 8 hoofdstukken of thema’s en op basis van ieder thema deel ik graag wat ik heb geleerd. Ik hoop van harte dat die kennis jullie ook VOORUIT helpt op weg naar meer inzicht en, natuurlijk, meer geluk. Dit is het derde deel: brengen medeleven en vriendelijkheid jou meer geluk?

 

Wat is nu eigenlijk compassie of medeleven?

In de cursus wordt compassie als volgt gedefinieerd: “Het gevoel dat op komt wanneer je getuige bent van het lijden van iemand en je wilt helpen om dat lijden te verminderen”. Het gaat dus verder dan de empathie uit het vorige deel, want daarbij snap je vooral hoe de ander zich voelt en eventueel ervaar je hetzelfde gevoel. Bij compassie wil je graag in actie komen om te helpen.

 

Onderdeel van wie we zijn

Er zijn verschillende redenen om aan te nemen dat vriendelijkheid en compassie passen binnen onze evolutie. Ten eerste heeft Darwin zelf aangegeven dat vriendelijkheid voordelen biedt voor de groep en daarmee de kans op overleven groter maakt. Vriendelijkheid en compassie zijn, net als empathie, nodig voor het overleven van onze kwetsbare kinderen. Verder versterken ze wederkerig altruïsme; als jij mij helpt, help ik jou. En vriendelijkheid is een factor in het seksuele selectieproces; vriendelijkheid wordt heel breed gezien als de belangrijkste eigenschap in een toekomstige partner. Als laatste is ook nog uit onderzoek gebleken dat we intuïtief neigen tot helpen. Pas als we langer gaan nadenken, gaan we twijfelen en helpen we mogelijk niet.

 

Lijf en leden

Opnieuw hebben compassie en vriendelijkheid ook een biologische kant. Wanneer we mededogen ervaren maken we ook het feel good-stofje oxytocine aan en we activeren de bekende “love nerve”: de Vagus zenuw. Zoals bij het deel over sociale connecties al naar voren kwam gaan oxytocine en een actieve Vagus zenuw gepaard met afname van stress en verminderde ontstekingsreacties. Mededogen en vriendelijkheid zijn dus goed voor je gezondheid en daarmee ook voor je welzijn.

 

Ook fysiek meetbaar is het feit dat het beloningsysteem in ons brein geactiveerd raakt als we vriendelijk zijn en/of geven. Wij voelen ons dus “beloond” als we aan een ander geven! Er zijn verschillende trainingsprogramma’s om je gevoel van compassie en vriendelijkheid te vergroten. Gebleken is dat het effect van zo’n training ook terug te vinden is in je hersenen. Naar mate je méér vriendelijkheid en mededogen ervaart, wordt het beloningssysteem in je hersenen actiever en voel je je dus ook gelukkiger. Mocht je nu willen oefenen met compassie, zonder echt in training te gaan, probeer je dan wat vaker voor te stellen wat de gevolgen van jouw activiteiten en uitspraken zijn voor anderen.

 

Goed voor je geluk, dus?

In het vorige deel, over sociale connecties, hebben we vastgesteld dat we gelukkiger worden van contact met anderen. Compassie en vriendelijkheid vergemakkelijken en verbeteren het contact met anderen, dus alleen al in die zin maken mededogen en vriendelijkheid ons gelukkiger. Bijna alle grote spirituele en ethische tradities (Christendom, Boeddhisme, Taoisme, Islam etc.)  spreken over compassie als de weg naar geluk. Van oudsher is dit dus een bekende gedachte.

In veel van de onderzoeken die in de cursus naar voren komen, wordt gekeken hoe mensen zich voelen nadat ze iets aan zichzelf hebben mogen besteden, in vergelijking met hoe ze zich voelen nadat ze iets hebben kunnen delen of weggeven. Keer op keer blijkt dat we werkelijk blijer worden wanneer we iets weggeven, of iets delen, dan wanneer we iets puur aan onszelf besteden.

Alle positieve effecten kort en bondig samengevat: compassie en vriendelijkheid maken je sociaal sterk. Ook zorgen ze voor vermindering van stress en angst en zijn ze goed voor je gezondheid. Als laatste helpen ze je om jezelf als capabel en nuttig te zien en ook daar worden we gelukkig van.

Een praktisch voorbeeld van compassie en vriendelijkheid zou vrijwilligerswerk kunnen zijn. Van vrijwilligers werk is aangetoond dat het leidt tot minder eenzaamheid, een beter immuunsysteem, meer gezondheid en minder depressie. Verder beschermt het tegen hartziekten en zorgt voor meer energie bij ouderen mensen.

Wanneer zorgen compassie en vriendelijkheid nu voor het mééste geluk?

  • Als het een vrijwillige keuze is (geen verplichting);
  • Als er verbinding wordt gemaakt met een ander;
  • Als het effect of impact heeft.

Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan, versterkt het één het ander. Door jouw vriendelijkheid word je blijer en daarmee ook weer vriendelijker enz… En het leuke is; het is nog besmettelijk ook!

 

Wat houdt ons tegen?

We dachten heel lang dat egoïsme, hebzucht en competitiedrang het menselijk gedrag bepaalden. Freud beweerde dat we als mens gedreven worden door de zucht naar vernietiging en seks. Ayn Rand beweerde dat altruïsme juist slecht is voor het overleven van de soort. Machiavelli beweerde dat de mens vooral grillig, hypocriet en hebberig naar winst is. En dit zijn nog maar een paar van de invloedrijke denkers die compassie en vriendelijkheid niet tot belangrijke menselijke drijfveren rekenden. Dit heeft lang invloed gehad op onze maatschappij.

 

Recent onderzoek wijst er steeds meer op dat bovenstaande overtuigingen helemaal niet kloppen. Wat houdt ons dan toch tegen? Ten eerste hebben we het soms gewoon te druk (of we denken dat). Ten tweede worden we minder vriendelijk wanneer we anderen als echt anders zien. We zijn behulpzamer naar onze eigen groep. Verder willen we graag weten dat ons behulpzame gedrag ook effect heeft, want we willen ons capabel en nuttig voelen. Als laatste verminderen gewelddadige videospellen e.d. onze neiging tot coöperatief en vriendelijk gedrag.

 

Elevation en helden

Ken je het, dat je een filmpje ziet van iemand die iets héél aardigs doet en dat je daarvan ontroerd raakt? Volgens recente theorieën zien we in zo’n daad een bevestiging van het goede in de mens en dat zien we onbewust heel erg graag. Het effect van zo’n goede daad, het ontroerd en geïnspireerd raken, wordt ook wel “elevation” (letterlijk: verheffing) genoemd.

Nog een stapje verder komen we uit bij de heldendaad. Volgens Dr Zimbardo hebben we in heftige situaties, zoals oorlog, 2 uitersten:  een enkele échte slechterik en een enkele échte held. De massa daar tussenin doet weinig tot niets, maar schaart zich daarmee in de praktijk eigenlijk achter de slechterik. Zoals Edmund Burke zei: “All that matters for evil to triumph is for good people to do nothing” (het enige dat nodig is om het slechte te laten overwinnen, is dat goede mensen niets doen).

Toch hebben volgens dr. Zimbardo heel veel mensen het in zich om een heldendaad te doen. Je kunt dit stimuleren door je te realiseren dat je geen “superman” hoeft te zijn om een heldendaad te verrichten. Verder is van belang dat jij jezelf verantwoordelijk voelt, in plaats van om je heen te kijken wie er in actie komt (het “bystanders effect”). Wees alert op dingen die niet kloppen en wees niet bang om iemand op de tenen te trappen, als je er iets aan wilt doen. Voor degene die je helpt, voor de maatschappij als geheel en voor onze eigen geluk is het van groot belang dat we niet weg kijken wanneer er onrecht of een ongeluk plaats vindt. We kunnen allemaal een beetje bijdragen aan een gelukkigere wereld met een kleine of een grote heldendaad.

 

De volgende keer, in deel 4, gaan we het over nog twee andere gereedschappen hebben die het contact met anderen vergemakkelijken en verduurzamen én die ons geluk vergroten: Coöperatie en verzoening.

 

Oefeningetje:

“Random Acts of Kindness” (willekeurige daden van vriendelijkheid)

  • Kies een dag waarop je het niet al héél druk hebt;
  • Doe 5 vriendelijke daden op die ene dag. Het mogen kleine daden zijn, of grotere daden. Als je maar 5 verschillende dingen doet, voor 5 verschillende mensen;
  • Beschrijf je goede daden en wat het effect ervan was, voor de ander en voor jou zelf.

 

Lees hier deel 4!